Slapen is topsport

apr 28th, 2015 | By | Category: Column Paul Turken

Tegenwoordig speel ik mijn beste squashpotjes op zaterdagmiddag rond een uur of drie. En het is alweer jaren terug dat ik ‘s avonds na 10 uur nog tot topprestaties kwam. Ik heb steeds gedacht dat het mijn fysieke gesteldheid was, maar nieuw onderzoek toont aan dat dat niets daarmee te maken heeft. Elke levensfase heeft zijn eigen bioritme. Pubers zouden nooit voor half tien naar school moeten, en proefwerken en examens horen voor scholieren na halt elf plaats te vinden. Alleen scholen en ouders willen dat alsmaar niet snappen.

Strategie
Een Chinese strateeg, Sun Zi, schreef ver voor onze jaartelling al over het belang van timing in de strijd. Een squashspeler zou moeten weten wat de eigen sterke momenten zijn gedurende de dag. Er zijn veel theorieën over de relatie tussen eten en sport. Alle topsporters hebben inmiddels die relatie ontdekt. Wat je eet, wanneer je eet, de duur van de vertering, welke en de hoeveelheid voedingsstoffen die nodig zijn om een lange partij aan te kunnen, etc. Toernooien moeten zich angstwekkend precies houden aan hun tijdschema. Immers verschuivingen van meer dan een kwartier leiden tot protesten, omdat eten en warming-up gepland moeten plaatsvinden. Maar over slaap hoor ik niemand. Laurens-Jan Anjema heeft in zijn columns voor dit blad wel geschreven over de invloed van jetlag op zijn spel. Maar dagritmes, performance per tijdstip, en de performance per tijdstip van de concurrentie heb ik nog niet gehoord als wapen in de strijd voor de professionals. Maar als dit geldt voor pubers en bejaarden, waarom dan niet voor competitiespelers?

Dagritme
In onze volkstaal barst het van de aanwijzingen. We komen met de verkeerde voet uit het bed. We zijn moe van de lange nacht. We waren ooit nachtbrakers, maar nu niet meer. Als je voor de klas staat en de school deelt je in vlak na de lunch, dan krijg je de ‘grave yard shift’ en erger bestaat niet. De morgenstond heeft goud in de mond en bij nacht en ontij passeren de vreselijkste dingen. Dus liever spelen in de morgen dan in de avond. Hoewel, hoe later de avond hoe schoner het volk; dus toch maar liever een avondpot. En in de uitdrukking „Goeie Morgen!“ is duidelijke een versterking: Goede morgen! wat een sukkel van een speler.

Duidelijk is dat spreekwoorden ons niet verder helpen. Wat wel opvalt is dat het barst van de spreekwoorden en uitdrukkingen over de morgen en de avond, maar over de middag staat er niet één in de vanDale. Ik ben in deze geen scepticus, ik geloof dat er dagritme effecten zijn. Dat onderzoek van de Universiteit Groningen toonde echt aan dat het gemiddeld wel een punt kan schelen of het tentamen of de CITO toets op een gunstig of een ongunstig tijdstip valt voor de scholier. Dat is een effect van 10% op het resultaat. Squashpartijen in de top worden gewonnen en verloren op een veel kleiner onderscheid dan 10%.

Slapen
Een partij winnen of verliezen wordt beslist op de details. Of de timing van slapen een hoofdzaak is in de voorbereiding op een topprestatie weet ik niet. Maar het is zeker een belangrijk detail. Als we uit kunnen rekenen hoeveel minuten na de laatste maaltijd van exact de juiste voedingsstoffen we ideaal de baan op kunnen, dan moeten we ook veel professioneler met rust om kunnen gaan. Elke topsporter moet voldoende slapen, dat is bekend. Maar wie zoekt uit precies hoeveel kwartier na de gezonde slaap het individuele systeem lichaam/geest optimaal reageert? Ik doe niet meer aan topsport. Maar met de theorie van de strakke relatie tussen (nacht)rust en topprestatie heb ik in ieder geval een prachtig set smoezen als het weer niet lukt.

 

paulturken@yahoo.com

paul turken


Comments are closed.