Onschuldige kindertjes

dec 1st, 2012 | By | Category: Column Paul Turken

Deze column is eerder verschenen in SquashLife. Voor informatie of een abonnement klik hier.

Deze column is eerder verschenen in SquashLife.
Voor informatie of een abonnement klik hier.

De drie grootste oude zeurkousen van de Nederlandse sportwereld gingen weer eens te keer tijdens en na de Olympische Spelen. Vroeger was alles beter. Vroeger hadden we gymnastiekles. Vroeger waren kinderen gemotiveerd. Wij lazen nog boeken en deden nog spelletjes als ganzenborden. Wij werden voorbereid op topsport. Die 60-plussers Johan en Guus lieten zich helemaal meeslepen door super zeurkous 70-plusser Mart. En zelfs de minister trapte erin en zei dat ze ook haar best deed om al die onschuldige kindertjes aan het bewegen te krijgen. Want dat was goed voor de gezondheid, werkt goed tegen de vetzucht, zorgt voor maatschappelijke integratie, verlaagt de kosten van de gezondheidszorg en nog wat van dat soort politiek geleuter.

Onschuldige kindertjes bestaan niet meer
Er is nog nooit zo’n goed geïnformeerde en opgeleide generatie jongeren geweest als nu. Wat ze nu op hun eindexamen voor wiskunde krijgen, werd dertig jaar terug pas op de universiteit behandeld. Jongeren lezen meer dan ooit. Nee, niet de novelles van Hella Haase van ruim 40 pagina’s die Mart destijds op zijn 18e op zijn literatuurlijst zette voor het eindexamen. Maar voor een paar Harry Potters van 300 pagina’s zijn zelfs lagere scholieren niet meer bang. Lagere scholieren zoeken, selecteren, bewerken (en lezen dus) informatie van het internet voor hun spreekbeurten en werkstukken. Dat levert een kwaliteit op waarvan de geboortegolfgeneratie alleen maar kon dromen. Kortom, onze jongeren zijn goed opgeleid, zijn goed geïnformeerd, vinden overal waar nodig aanvullende informatie en kunnen prima afwegen en beslissingen nemen.

Jonge beslissers
Bedrijven die aan jongerenmarketing doen weten inmiddels heel precies wanneer kinderen beginnen met beslissen. Met name de winkels die kleding voor jongeren verkopen hebben daar heel veel ervaring mee. Als een driejarige in de winkel zegt dat wil ik niet, dat draag ik niet, dan kun je als ouder daar maar beter goed nota van nemen. Vanaf drie jaar spreken kinderen duidelijke veto’s uit en, in tegenstelling tot volwassenen, houden zich er dan ook aan. Een driejarige weet wat hij/zij wil, kiest en past dat ook toe. Op die leeftijd meestal als veto. Maar binnen twee tot drie jaar daarna is de gehele besluitvorming over kinderkleding een zaak van het kind. Al heel snel heeft de ouder alleen nog het betaalrecht en een klein functioneel veto (“nee, die jas liever niet, die is wat koud voor van de winter”). Moderne kinderkledingzaken zijn nu ook zo ingericht dat het kind de beslisser is en de ouder de marginaal toetsende financier.

Informatiebronnen voor jonge beslissers
Natuurlijk zijn er producten die zo verleidelijk zijn in smaak, ervaringen en advertising dat de jongere, soms ook tegen beter weten in, wordt meegesleurd in de maalstroom van de marketing. Snoepgoed en hamburgers zijn daar duidelijke voorbeelden van. We mogen echter niet vergeten dat de hamburgerketens behalve verleiding ook wel degelijk de jongere beslissers functioneel goed bedienen. Naast smaak is ook inrichting, verpakking, entertainment, informatie, bediening zo ingericht dat een kind zich er thuis voelt. Daar kunnen de restaurants met beter voedsel nog best eens een lesje van leren. Gewone restaurants bedienen de volwassenen en tolereren de kids. En kids voelen dat feilloos aan en baseren mede daarop hun, in dat licht verstandige, beslissingen.
Zoals gezegd kids zijn, beter dan de meeste volwassenen, in staat op het Web informatie te zoeken, te selecteren, te wegen en te verwerken. En als er dan nog onzekerheid of onduidelijkheid is, beschikken kinderen over nog een heel effectieve informatiebron: elkaar. Als er twijfel is of iets leuk is of niet dan kun je dat met een enkele druk op de knop van je pc of je mobieltje te weten komen bij honderden gelijkgestemden. Voor kids zijn hun sociale netwerken een bron van relevante expertise. Als hun soortgenoten iets geprobeerd hebben en het werkte, dan is dat in een mum van tijd bekend, en het omgekeerde ook.

Hoe gaan we die deskundige beslissers aan de sport krijgen
In ieder geval niet door het gedram van oude zeurkousen over vroeger. Waarschijnlijk ook niet door goedwillende gymnastiekjuffen voor 1 à 2 uur per week. In ieder geval niet door de politieke argumenten van zorgkosten, obesitas, integratie, gezondheid en welzijn. Ook niet door de inmiddels goed onderbouwde stelling dat fysieke ontwikkeling en intellectuele ontwikkeling veel meer met elkaar te maken hebben dan we ooit gedacht hadden. Kinderen kiezen voor activiteiten die leuk zijn, sociaal zijn, competitief zijn, uitdagend zijn op hun eigen merites. Sport moet aanspreken, uitdagen, inspireren, goed vallen bij de groep. Net zoals de mode-industrie zullen sportmarketeers na moeten denken wat de trends zijn bij kids, waar de kids met elkaar over communiceren en hoe ze daar op in moeten spelen. Dat vereist mentale lenigheid. Dat vereist dat de bobo’s snappen dat elke tijd zijn eigen sporten heeft. Dus snowboarden kan nog net maar op ski’s wil je niet dood gevonden worden, dat is een opa sport. Het aanbod moet zich aanpassen aan de doelgroep. Beachvolleybal is sexy maar als zaalsport is het uit. En sommige spelregels komen uit de 19e eeuw en kunnen gewoon niet meer. Elke sport zal zich voor elke generatie opnieuw uit moeten vinden. En er ontstaan nieuwe sporten die kids zelf bedenken/maken en ook die moeten serieus genomen worden, ook als er nog geen bond en Bobo’s bij horen.

Weten wat je wilt
De huidige generatie jongeren is extreem competent en weet wat ze wil. De huidige sportorganisaties hebben een veel te laag aanpassend vermogen. Een aanpassing van de voetbalregels moet langs een commissie met een gemiddelde leeftijd van ergens tussen de 75 en bijna dood. Als jongeren niet bewegen komt dat omdat de samenleving (ouders, scholen, bonden) niet in staat is een aanbod te scheppen dat voldoet aan hun behoeften. Er is dan geen aanbod dat hun groep, hun peers, aanspreekt. De sport-intrinsieke waarden van fun, dynamiek, spanning, competitie, vriendschap en uitdaging zijn nog steeds aantrekkelijk, ook voor de jongeren. Maar ze moeten eigentijds worden aangeboden aan deze competente beslissers. Als we het aanbod niet op orde hebben, moeten we niet zeuren over de niet sportende jongeren.

Mart zijn gymjuf uit 1949 terughalen is niet de juiste oplossing.

Paul Turken

paul


Comments are closed.