Ondernemerschap

apr 2nd, 2012 | By | Category: Column Paul Turken

Elke potentiële ondernemer droomt ervan om van zijn hobby zijn beroep te maken. Zo zijn heel veel bedrijven tot stand gekomen. Iemand is bezeten van iets en probeert daar ook zijn brood mee te verdienen. In 1891 is er ene Gerard die gek is van elektriciteit. Met wat steun van zijn vader Frederik, een oude handelaar in koloniale waren, start hij een eigen werkplaatsje. Dat heet nu Philips NV. Zo waren er ook twee broertjes die gek waren van alles wat wieltjes had. Huub en Wim begonnen in de boerensmidse van hun vader aan aanhangwagens te sleutelen. Dat heet nu DAF en is een wereldmerk in vrachtwagens. Ik ken heel veel mensen die gek zijn van squash, maar er zijn er tegenwoordig weinig die op basis daarvan een bedrijfje beginnen.

Timing van een eigen bedrijf
De ideale timing voor een eigen bedrijf bestaat niet. Maar succesvolle bedrijven worden gestart door eigenzinnige mensen. In die gedachtengang zijn er verschillende momenten om het te doen. Als pionier, voor de troepen uit, puur op geloof dat het wat gaat worden. In squash was dat bijvoorbeeld in Enschede de club Puntje Geel, onder andere voor de Engelse militairen van de vliegbasis daar. Het tweede moment is als iedereen het doet, want dan zal er wel een markt voor zijn. Zo’n periode hebben we gehad eind zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw. Bekende centra als Dickysquash, ‘MeerSquash, Squash Zwolle, Squash Nederland en vele anderen zijn in die periode opgezet. En dan is er het moment dat tegen de draad ingaat. De markt is niet duidelijk, de economie is niet heel duidelijk, de banken doen maximaal vaag. Op dat moment is er weinig concurrentie, zijn er weinig nieuwe initiatieven en dan kunnen echte ondernemers het verschil maken. Hans Frieling stapte op zo’n moment in, een paar jaar terug.

De markt
Natuurlijk moet er wel een zeker marktpotentieel zijn. Toen we Squash Vorden startten zei de economische adviseur van NOC*NSF dat het dorp Vorden met 10.000 inwoners te klein was voor een eigen centrum. Dat was waar; pas toen het een regionale functie kreeg werd het centrum rendabel. Dus er zijn een aantal logische basisvereisten. Die kun je opvragen bij de MKB adviseurs van de banken, die allemaal goed onderbouwde analyses hebben per sector, waaronder sport en recreatie. Daarnaast maakt toch de ondernemer het verschil. Succesvolle squashclubs hebben een patroon. Er zijn competitieteams (op welk niveau dan ook), er is een soort trainer/entertrainer die ervoor zorgt dat het ook voor starters leuk is op de baan. Er zijn voortgezette opleidingen in de buurt om jongeren aan te trekken op onrendabele tijdstippen. En er is een jeugdafdeling, zeker voor de ‘nachwuchs’ van de squashende ouders. Op dit moment lijkt een combinatie met sauna/fitness erg effectief. Tenslotte zijn er moderne methoden van marketing. In Noord Duitsland loopt op dit moment een Groupon actie voor squash. In geen van de drie grote centra in Bremen konden we dit weekeinde terecht met een groep squashvrienden. Alle banen waren geboekt door niet-squashers, oud-squashers, ouders met kinderen enzovoort. We weten wat er nodig is voor succes en we weten dat squashmarketing eigenlijk nog steeds niet bestaat. Kom er bij mij niet mee aan dat er geen markt is. Er lijkt eerder een gebrek aan energie om markten open te breken. In Nederland lijkt de drive van de starters uit de zeventiger jaren wat weggezakt in hun volle portemonnees. Er is gewoon een gebrek aan jonge ondernemers met lef.

Wat doe je; starten of overnemen?
In de laatste twee decennia van de vorige eeuw zijn alle mooie locaties wel zo’n beetje afgegraasd. Alle HBO en Universiteits steden lijken voorzien. Natuurlijk kun je creatief kijken naar nieuwe concentraties van jongere mensen. Het nieuwe werken laat andere dagindelingen en andere woonlocaties toe. Het feit dat jongeren langer thuis wonen dan dertig jaar geleden heeft ook effecten op concentraties van potentiële squashers. En daarnaast hoeven we ons niet alleen op die groep onder de dertig te concentreren. Je kunt niet zonder ze voor bezettingsgraden en doorstroming, maar de groep vanaf dertig jaar zijn de grootste cashflow brengers. Dus met wat creativiteit kan starten nog steeds. Overnemen is echter een aardig alternatief. Veel eigenaren zijn tussen twintig en dertig jaar bezig en kijken om zich heen. Tot 5 jaar terug dachten ze dat hun centrum een vermogen waard was. De ontwikkelingen van de laatste jaren heeft ze wel een stuk realistischer gemaakt en geld is nog nooit zo goedkoop geweest als nu, vraag maar aan meneer De Jager. Kortom er is een ‘window of opportunities’ zoals de yanks dat noemen.

Opportunity nummer 1.
Ik ben al jaren lid van een squashcentrum in Gap in Zuid Frankrijk. Slechts 3 banen en wat fitness. En natuurlijk een echte bar waar ook de stadsgenoten even wat komen drinken. Serge, de eigenaar, kijkt na 25 jaar wat om zich heen. Gap heeft bijna 40.000 inwoners en, wat belangrijker is, veel hogescholen en een regionale functie. Er zijn 300 dagen met zon per jaar, je kunt er skiën en je zit een uur van de Middellandse zee. Serge verdient inmiddels de kost met zijn eigen band en wil daarmee verder, dus hij heeft een heel reëel financieel plaatje in zijn hoofd. Als ik niet net aan een Duits avontuur begonnen was, dan wist ik het wel.

Paul Turken

Comments are closed.