Genieten

mrt 30th, 2011 | By | Category: Column Paul Turken

Er is heel veel geschreven over de coaching van jonge talenten. Over systemen, technieken, programma’s, periodisering, mental coaching en ga zo maar verder. Daarnaast is er uitgebreide literatuur over hoe om te gaan met de ouders. Wat hun rol is en wat hun rol nooit zou moeten zijn. Ik lees echter heel weinig over wat de talenten er zelf van vinden. Ja, degenen die de top bereiken zijn achteraf dikwijls lovend over hun coach, maar wat bewijst dat? Wat gebeurde er met de afvallers? Cruijff was niet de beste van zijn lichting, dus waar zijn die andere supertalenten gebleven?

Ambitie
Steeds opnieuw is het sleutelwoord in alle coachingsartikelen het woord ambitie. De wil om iets te bereiken is de troefkaart voor succes. Alsof ambitie altijd positief werkt. Ambitie als vast recept voor grote daden. In de eerste plaats geloof ik niet meer in vaste recepten. Mensen zijn gelukkig zo verschillend dat vaste methoden altijd een probleem zijn. Dat geldt voor coaches, ouders, managers en voor ieder ander die samen met iemand anders iets wil scheppen. De negatieve kanten van ambitie worden ook niet zo vaak vermeld. Aangewakkerde ambitie heb ik zien leiden tot verkramping, agressie, arrogantie, verlamming en angst. Overdreven opgeschroefde ambitie heeft in mijn werkomgeving meer mensen laten mislukken dan laten slagen. Ik neem aan dat het met sport, en dus met squash, niet anders is. Er is een prachtig boek van een Chinees/Amerikaanse hoogleraar die haar twee kinderen dwong/chanteerde tot muzikale topprestaties. De een werd een succes, de ander flopte volledig.

Genot
Serge is de prof bij squashclub Neptune in Gap in het zuiden van Frankrijk. Een paar keer per jaar spelen we samen. Natuurlijk wint hij altijd, maar sinds hij ook wat ouder is gelukkig niet meer met twee vingers in zijn neus. Deze week was weer zo’n moment. Hij speelt een prachtige lob naar rechtsachter. Een boast is voor mij dan eigenlijk de enige oplossing en de nickdrop zijn volgende zet. Dit keer verliep ons schaakspelletje anders. Met een verkrampte pols, met behoorlijk wat geluk, sloeg ik een mooie drive. Serge op het verkeerde been. Puntje gescoord. Nee, niet puntje gescoord. Daar ging het niet om. Dat genotsgevoel een onmogelijke bal geslagen te hebben was veel bevredigender dan welk puntje ook. Dat soort gevoel zorgt ervoor dat ik blijf squashen, desnoods te zijner tijd met rollator.

Schoonheid
Op het circuit van Almeria is er een prachtige linker doordraaier. Dat wil zeggen een soort haarspeldbocht. Je komt over de bult, houdt het midden aan, hoog in de derde versnelling, je blijft van de rem af, knie aan de grond, beetje naar buiten laten lopen, en dan strak naar de Apex en vol gas eruit. Een onmogelijk bocht. Ik kom daar al tien jaar om er elke winter een week te trainen. Ik heb die bocht bijna 3.000 keer genomen. En heel soms was alles perfect. De houding, de timing, de snelheid, de lijn. Dat is een haast orgastisch genoegen. De schoonheid van de perfectie motiveert meer dan welke rondetijd of welke plaats op de startgrid. Ik moet eerlijk bekennen dat ik bij squash moeite heb zulke perfectie in mijn eigen spel te herinneren. Maar de gevorderden onder de lezers zullen het gevoel vast herkennen.

Partnerschap
Squashtechniek kun je in je eentje trainen. Maar een goede voorbereiding op het spelletje vraagt om een tegenstander. Samen met de ander kun je groeien. Dat kan je trainer zijn, je trainingsmaatje of een tegenstander in een partij. In die confrontatie ontdek je ineens het effect van een slag, een technische mogelijkheid of een verrassende voortzetting in het schaakspel dat squash nu eenmaal is. Die momenten, waar een ander mij de kans gaf tot een inzicht te komen, herinner ik me. Dat soort inzichten motiveren mij om verder te groeien. Je weet immers dat het kan, maar je kunt het moment van groei niet altijd afdwingen. Zelfs niet met de meest agressieve ambitie.

Drijfveren
Naast ambitie komen er bij mij dus zomaar genot, schoonheid en partnerschap bovendrijven. Er zijn meer wegen naar Rome. Ik zou wel eens willen weten hoe jonge talentvolle spelers dat nou ervaren. Moritz is 14 jaar oud en een van de talenten van mijn huidige club Bassum in Duitsland. Moritz is van zichzelf behoorlijk ambitieus. Ik heb hem wel eens met zijn racket zien gooien of een ‘Stinkefinger’ zien geven. Vorige maand speelde hij in de finale van het grote jeugdtoernooi in Bremen. Eigenlijk kansloos tegen een twee koppen grotere, twee jaar oudere lokale kampioen. Volle tribunes; op advies van zijn vader maakt Moritz er een geweldige show van. Hij verloor, maar genoot zichtbaar van de ambiance. Moritz is nu al op twee manieren te motiveren. Die komt er wel.

PS. Is er ergens een jeugdspeler die eens zou willen vertellen op papier, e-mail of aan de telefoon wat haar of hem nou echt motiveert om door te gaan? Mijn nieuwsgierigheid is niet gespeeld. Coaches kunnen van huis uit beter zenden dan luisteren, dus misschien kan SquashLife een rol spelen om jullie aan het woord te laten.

Paul Turken

Comments are closed.