Discrimineren

mrt 31st, 2013 | By | Category: Column Paul Turken

Deze column is eerder verschenen in SquashLife. Voor informatie of een abonnement klik hier.

Deze column is eerder verschenen in SquashLife.
Voor informatie of een abonnement klik hier.

Leidinggeven is puur discrimineren. Iemand zegt eenvoudig: jij wel en jij niet. Jij bent wel geschikt voor een functie, of voor een promotie, of voor een specifieke klus, en de ander is dat in de ogen van de leidinggevende minder of niet. Hoe doe je dat eigenlijk? Hoe bereid je dit soort uitspraken voor? En hoe weet je nu dat je het goed hebt gedaan? Ook in de sport komen dat soort uitspraken voor. Het NOC*NSF is zo’n stuurinstituut dat aan de lopende band dit soort beslissingen neemt. Die sport wel, die sport niet. Die sporter wel, die niet. Hoe werkt dat eigenlijk in zo’n bestuurskamer?

NOC*VWS
Ze heten officieel NOC*NSF omdat er in 1993 een fusie plaatsvond tussen het Nederlands Olympisch Comité (NOC) en de Nederlandse Sport Federatie (NSF). Het NOC was altijd een commissie van elite-types die in onderonsjes de olympische gedachte claimden. De federatie NSF had nog iets redelijks. De bonden namen gezamenlijk beslissingen. De fusie leek leuk voor de sport, maar zoals bij alle fusies komt er uiteindelijk een partij bovendrijven die de baas is. Vanaf nu kunnen we dat NSF er dan ook beter aflaten. Het NOC is weer dat oude elite comiteetje dat alles autoritair mag beslissen. Er is wel een ledenvergadering, maar die wordt gedomineerd door een stuk of vier grote sportbonden. En de voorzitters daarvan vinden het leuk om tot die kleine elite te behoren en doen dus braaf mee in de oude NOC-traditie. De regeringen voelen zich tegenwoordig als grote subsidiegever, maar altijd aan het wankelen, ook veiliger bij elites dan bij meer democratische besluitvorming. En zo ontstaat een nieuwe clubje NOC*VWS. Daar voelen de grote ondernemingen, de grote bonden en de politieke elite zich thuis. En die kunnen pas discrimineren. Die weten precies welke sport goed is en welke niet!

Selecteren
Selecteren in de olympische beweging blijkt heel makkelijk. Je hebt een paar criteria nodig, die aansluiten bij de belangen van de betrokken organisaties en bestuurders. De drie criteria zijn heel eenvoudig:
1. Welke sport heeft veel TV coverage? Dat willen de sponsors namelijk graag om hun reclame aan te koppelen.
2. In welke sport is olympisch succes haalbaar? Anders heeft het voor de NOC elite geen enkele zin om er geld in te stoppen.
3. In welke sport kunnen we op de Olympische Spelen een medaille halen? Dit is namelijk nodig voor de PR van de ministers en het koningshuis (zogenaamde landenmarketing).

Vroeger was er nog een criterium. Hoeveel geld heb je onder de tafel aan een lid van een Olympisch comité gegeven? Maar er wordt mij verzekerd dat dat vierde criterium niet meer van toepassing is. Het is mij een raadsel aan welk van de drie bovenstaande criteria Laurens Jan voldoet, maar ik gun hem de ondersteuning van harte. Het is wel duidelijk dat NOC*VWS het systeem van leidinggeven en discrimineren goed beheerst.

Selecteren in ogen van (oud)sporters
De squashalumni (iedereen die vroeger wat in squash betekende) hebben zich verenigd om de huidige topsquasher, of de topsquasher in wording, wat te ondersteunen. Van de bedrijven die sponsor willen zijn, kunnen we op dit moment niet alles verwachten en het NOC viel weg. Dus kwam dit initiatief net op tijd. Maar die alumni, die allemaal in de maatschappij inmiddels wat betekenen, lieten zich niet zomaar overhalen. De eerste vraag was steeds: Hoe gaan jullie ons geld verdelen? Bea de Dreu-Spitse, Marc Veldkamp en ondergetekende hebben ons uiterste best gedaan criteria op te stellen (aanleg, performance, resultaten, groeilijn, fysieke mogelijkheden en dergelijke), maar daar hebben we behoorlijk wat kritiek op gekregen. Met name de oud-spelers en de oud-coaches wilden dat we een geheel andere kant op gingen. In de ogen van degenen die ooit bovenaan stonden, gaat het voornamelijk om instelling. Criteria als commitment, inzet voor de sport en toegankelijkheid vonden zij een betere indicatie voor toekomstig succes dan al die technische parameters. Kortom de sportmentaliteit en de liefde voor de sport wordt door hen als even noodzakelijk gezien als talent en performance. Die les hebben we graag ter harte genomen.

Discriminerende sportliefhebbers
De Spelen, de FIFA en Formule1 zijn inmiddels grotere entertainment industrieën dan Disney, Sony of Apple ooit zullen worden. Hoelang staan wij nog toe dat de sport verziekt wordt door winstgedreven, commerciële organisaties? Wanneer gaan wij met onze voeten stemmen (lees: discrimineren)? Dat wil zeggen… kijken naar de echte sport (bv. het EK Squash voor landenteams in Amsterdam dit voorjaar) in plaats van uren besteden aan lege en voorgeprogrammeerde commerciële entertainment!

Paul Turken

paul


Comments are closed.