Arm Nederland

feb 1st, 2013 | By | Category: Column Paul Turken
Deze column is eerder verschenen in SquashLife. Voor informatie of een abonnement klik hier.

Deze column is eerder verschenen in SquashLife.
Voor informatie of een abonnement klik hier.

Elke week ben ik twee tot drie dagen in Nederland en koop dan natuurlijk een krant om ook hier een beetje bij te blijven. Ik snap niet hoe normale Nederlanders het volhouden met zeven dagen per week hetzelfde nieuws. Na drie kranten heb ik het weer volledig gehad. Wat een gezeur. Het gaat slecht met Nederland, we gaan volledig naar de kloten, we worden straatarm, die mediterrane landen zuigen ons leeg. Er is geen geld meer voor pensioenen, voor zorg, voor onderwijs, voor sociale zekerheid. En het ergste nog, de inkomensverschillen worden veel te klein. Je krijgt het gevoel dat we het mondiale achterblijvertje zijn. Dus hebben we ook liever geen Olympische Spelen en geen jeugdspelen. Als een stad wat wil met sport moet die dat zelf weten, maar eigenlijk kunnen we ons niets meer permitteren.

Hoe arm zijn we nu precies?
Nu komt er een hele alinea statistiek. Als je daar een hekel aan hebt, spring dan maar door naar de volgende alinea. Omdat wij sporters nou niet direct het land controleren, of de bedrijven sturen, beginnen we maar eens met de burger zelf. Het vermogen van de 16,7 miljoen inwoners samen bedraagt op dit moment 2.100 miljard euro. Dat is ruim 130.000 per inwoner gemiddeld, ofwel 290.000 euro per gezin. Daar zit dan je huis, je pensioen en je spaargeld in. Bij dat huis hoort ook een hypotheek, dus laten we dat maar even vergeten en aannemen dat die gemiddeld tegen elkaar wegvallen. In onze pensioenpot zitten een kleine 1.000 miljard euro. Dat is per inwoner 60.000 euro ofwel per gezin 135.000 euro. Het gemiddelde spaargeld bij de banken per gezin is op dit moment 47.000 euro. Ook omdat we in het krappe jaar 2011 per gezin nog eens 3.000 euro hebben ‘bijgespaard’. Dit klinkt toch niet zo arm op het eerste gezicht.

Het voelt in Nederland ook niet zo arm aan. We hebben vrijwel allemaal een dak, een paar tv’s, een paar PC’s, een mobieltje, 1 auto per gezin gemiddeld, een paar fietsen, minstens 1 vakantie enzovoort. Hoe staan we ervoor als we ons met andere landen vergelijken? In aantallen miljonairs (vermogen) staan we in de wereld op de 10e plek (van de 195), vlak na de oliestaten. Ook in gemiddeld inkomen staan we op de 10e plek. Overigens boven Duitsland waar het nationale inkomen per hoofd bijna 10% lager is dan bij ons. Is ons inkomen dan zo scheef verdeeld? Een paar hele rijken en de rest is toch arm? Nee, er zijn slechts drie landen in de wereld waar de inkomensongelijkheid kleiner is dan bij ons. Bijna nergens ter wereld wordt de extreme welvaart zo netjes verdeeld. Wij zijn dus stinkend rijk in dit kleine landje en we verdelen dat allemaal best netjes. Mede daarom staan we wereldwijd ook in de top vijf van veiligste en rustigste landen. Waarom zeuren we dan zo met zijn allen? Waarom zijn we zo bang dat we wat tekort komen?

Armen kunnen beter delen
Er is veel onderzoek gedaan naar het gedrag van rijke mensen. Om rijk te worden moet je hard werken. Dat hebben we in Nederland dan ook best gedaan. En rijkdom gebaseerd op hard werken is iets dat je niet graag afgeeft. Hoe rijker mensen zijn, hoe banger en bezitteriger ze worden. Met bevochten rijkdom kun je heel krampachtig en defensief worden. Wie veel heeft, heeft ook veel te verliezen. ‘Rijkaards’ moesten ‘hebberds’ zijn om rijk te kunnen worden en ze hebben de neiging om ‘hebberds’ te blijven. En dat gedrag zie je elke dag terug in de kranten. Kranten brengen het nieuws dat het beste verkoopt. De bange Nederlander voelt zich het meest vertrouwd bij een nieuwsbulletin (Journaal, Telegraaf) dat hun angsten en hebberigheid (greed) begrijpt. We krijgen niet alleen de regering maar ook het nieuws dat we verdienen.

Rijken delen niet
Dat rijken niet delen bleek gelukkig niet (volledig) waar. Een paar maanden terug werd duidelijk dat er steeds minder steun zou komen voor topsquashers en squashtalent. Internationals, die niet in de internationale top spelen, kunnen het niet meer opbrengen om zich volledig op hun sport te richten. De bond heeft de fondsen niet. Te weinig individuele leden onder de recreanten, te weinig steun van de baaneigenaren, afnemende subsidies van het ministerie en de NOC. Dat leek een negatieve spiraal te worden. Zonder squashmarketing en aansprekende topsporters blijft een sport niet attractief en zal dus krimpen. Dat leidt weer tot minder inkomsten en nog minder talentondersteuning. Op dat moment spiraal je naar beneden. Dat zie je in omliggende landen. In Duitsland worden de banen omgebouwd tot spinning-hokken. In Spanje schieten de paddle-tennis-banen uit de grond en is squash weg.

Met een paar liefhebbers hebben we de Squash-alumni gestart. Iedereen die in het verleden, mede met behulp van squash, een loopbaan heeft mogen bouwen, hebben we uitgenodigd een jaarlijkse bijdrage te geven van 250 euro voor een fonds voor gewone internationals en talenten. Alles met strakke spelregels en controles. Alles gebaseerd op betrokkenheid, inzet en goede planning door die spelers. We waren aangenaam verrast hoeveel Nederlandse squashers wilden delen en gunnen aan de ‘next generation’. Bravo; squashers zijn dus ruimhartiger en minder hebberig dan het Nederlandse gemiddelde. Dank voor jullie inzicht, betrokkenheid, snelheid en delen. De huidige spelers en de initiatiefnemers waarderen dat zeer. Dat was goed te merken op de World Squash Day, toen we elkaar troffen.

Rozengeur
Is het nu allemaal ideaal? Neen, maar ongeveer een kwart van de squashers die aantoonbaar maatschappelijk voordeel hebben gehad van hun squashactiviteit hebben meegedaan. De rest nog niet. Er is nog een wereld te winnen. Twee verzoeken aan de lezers van deze column. Als jij ook een alumnus bent, zou je je dan bij ons willen aansluiten? Alleen al voor de fun, we gaan elkaar minstens 1 maal per jaar zien en met elkaar spelen. Het tweede verzoek ligt wat gevoeliger. In de USA, waar ze de Alumni Association hebben uitgevonden, wordt gepubliceerd wie wel en wie (nog) niet gedeeld hebben. Dat is wel heel on-Nederlands. Of kan dat juist wel in deze tijden? Laat me je mening weten. paul@falkorvorden.com.

Paul Turken

paul

Comments are closed.